Steunkousen

‘Kan iemand mijn steunkousen even aandoen?!’ klinkt het klagelijk vanuit een kamer verderop in de lange brede gang. Ik rol een nieuwe relaxfauteuil op een karretje langs de kamers. De rubberen wieltjes suizen over de linoleumvloer. Het is warm hier, en de geur van een onbestemde soort stamppot broeit tussen de muren.

Ik passeer de openstaande deur en zie een lijvige vrouw in een armstoel zitten. Op de grond voor haar ligt een kous. Ze heeft me aan horen komen; als ik voorbij loop kijkt ze me aan en wenkt me met de andere kous die losjes in haar hand bungelt. Maar ik moet door, ik heb mijn eigen werk te doen, hier heb ik geen tijd voor, gelukkig.

Een paar deuren verder bel ik aan. Het duurt lang voordat er open wordt gedaan.

‘Dag mevrouw,’ zeg ik. ‘Ik heb iets moois voor u.’

De oude dame stapt opzij en gebaart naar de huiskamer. ‘Ga jij maar voor hoor, jongen. Ik ben niet zo snel meer.’

Ik rol de fauteuil de kleine huiskamer in. Met kleine stapjes schuifelt ze achter me aan. Ze is twee koppen kleiner dan ik, ontzettend mager, en ze loopt een beetje krom.

Ik pak de fauteuil uit, trek het karton en plastic weg en rol het op tot een compacte prop.

Ze kijkt naar haar nieuwste aanwinst, wrijft met haar fragiele hand over het leer van de armleuning, en ik bedenk me dat ze waarschijnlijk een aanzienlijk gedeelte van haar resterende leven in dit ding zal doorbrengen.

‘Toen ik hier vorig jaar naartoe moest verkassen had ik mijn oude vloertapijt nog,’ zegt ze. ‘Maar die moest ik weg doen van ze. Kon ik over struikelen.’

Ze bekijkt haar woonruimte.

‘Ik vind het zo kaal, zonder tapijt. Vind jij het niet kaal?’

‘Nee hoor, u heeft toch een mooi plekje hier?’

Nu kijkt ze me voor het eerst recht in de ogen. Het verbaast me plotseling hoe scherp haar blik is, alsof ze wil zeggen: neem me niet in de maling. Maar ze zegt niets, en laat zich in de fauteuil zakken.

‘Zullen we even kijken of alles werkt?’ zeg ik, en druk de knopjes aan de zijkant in.

Het elektromotortje onder de zitting zoemt, de fauteuil komt in beweging. Haar benen worden opgetild door een uitklapbaar voetenbankje, haar tengere lichaam zakt achterover mee met de rugleuning. De broekspijpen stropen op en onthullen haar schilferige scheenbenen. Ze glimlacht even naar me, richt dan haar blik op het plafond.

‘En, bevalt-ie?’ vraag ik als ze horizontaal ligt. Ze verdwijnt bijna in de fauteuil.

‘Hoe kom ik nu weer overeind?’ Ik leg haar wijsvinger op het knopje. Als de stoel weer in beweging komt klinkt het gezoem van het elektromotortje me plotseling nogal treurig in de oren.

‘Ik moet u nog wel even €2350,- afhandig maken,’ zeg ik als ze weer rechtop zit, en ik haal een mobiel pinapparaat tevoorschijn uit het tasje dat over mijn schouder hangt.

Ze graait wat in een lade van een eikenhouten kast. Turend naar een briefje in haar hand schuifelt ze ten slotte terug naar de eetkamertafel, waar ik sta te wachten.

‘Wat staat hier?’ zegt ze. ‘Ik kan niks meer lezen. Hier, doe jij het maar,’ zegt ze, en ze legt het briefje, met daarop haar pincode, voor me op tafel neer, samen met haar bankpas.

Ik stop de bankpas in de gleuf van het pinapparaat en toets de code in. “U HEEFT BETAALD”, staat er op het bonnetje dat eruit rolt. Deze scheur ik af, en leg hem samen met de bankpas op tafel.

‘Veel plezier ervan, en een fijne dag verder,’ zeg ik, en als ik mijn hand uitsteek om die van haar te schudden ben ik even bang dat ik die zal breken. Maar ze schudt mijn hand niet, ze stopt er een tientje in en zegt dat ik er een biertje van moet kopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *